Een boek geleend van Lex. Het lag al weken op me te wachten. Diana Mosley - een biografie. Het start in de roaring twenties. Een jonge vrouw – zo intelligent, zo rijk, zo beeldschoon- die zich hoewel getrouwd en twee jongen kinderen – volledig stort in een affaire met een fascistische man en verkeerde in de kleine kring rond Hitler, vlak voor het uitbreken van de tweede wereld oorlog. Ze voedde vier jongens op, twee uit haar eerste huwelijk met Guinness en twee uit haar tweede huwelijk met Mosley, die een notoire vrouwenverslinder was – en bleef. Ik voel een diepe verbazing en verontwaardiging dat zij zich kwaad maakt over haar eigen internering die drie en een half jaar duurde. Dat zij zich geen moment beschaamd realiseerde dat haar opvattingen op het vaste land miljoenen mensen in kampen gevangen hield eindigend in de gaskamers. En medelijden – want haar jongste zoon is bij gevangenneming elf weken oud en zij mist haar kinderen onbeschrijflijk erg. De mens in uitersten. Wat goed dat iemand dat heeft weten vangen in een boek. Dat je iemand zo graag zou demoniseren – maar dat het gelijk het verlies van menselijkheid is als we niet naar de mens in haar tijd, door haar opvoeding, met haar persoonlijkheid en dat wat ze haatte en dat wat ze liefhad op waarde schatten.
Blindedarmontsteking
Ik loop achter het bed aan waarin mijn jongen ligt. Twee koene zusters duwen hem door de oude wat verwaarloosde ziekenhuisgangen. Het is er leeg en stil en we zijn alleen. Tussen het troostende gesprek met de zusters door zegt hij zo nu en dan ook iets, maar van zowel het gesprek als van wat Kaj nog even wilde zeggen weet ik niets meer. Aangekomen in de voorkamer – voor de uitslaapkamer – krijgen mijn jongen en zijn aapje een haarkapje op. Ik mag een groen pak met voetstukken aantrekken en ook een kapje op, zodat ik hem tot aan de operatiekamer kan vergezellen. De zuster bindt voorzichtig touwtjes om mijn enkel – een andere zuster heeft een keer haar pols gebroken, nadat ze over het flodderende voetstuk was gestruikeld. Er komen nog twee zusters bij die grapjes maken, mijn kind geruststellen en hem dapper een infuus inbrengen. Dat is hij ook. Moe maar dapper. Hij heeft – op een kleine nervous breakdown na - niet gehuild. Hij wilde eten, niet meer wachten en gewoon naar huis.
De dokter loopt naar binnen. Hij is er één vanuit een serie en vertelt met afgemeten afstand over hoe nu verder. Mijn jongen hoort het aan, stelt een vraag en legt zich er kalm bij neer. Zijn ineens zo kleine lijfje verdwijnt in het grote bed. De dokter gaat af en nadat de anesthesist haar jawoord heeft gegeven nemen de zusters van de afdeling afscheid en rijden we naar de operatiekamer. Het is er koud en de radio staat aan. Of Kaj zelf op het bed kan klimmen? ‘Nee’ schudt hij en ze tillen zijn 27 kilo aan het laken omhoog. Ik sta naast hem en druk mijn neus tegen zijn neus. Ik aai over zijn haar en stap opzij voor de man en vrouw die hem in slaap zullen brengen. De oplettende zuster die mij goed in de gaten houdt duwt me gewoon weer terug naar het bed. Toe maar, blijf er maar bij, laat je niet wegduwen, het is jouw kind. En ik houd hem vast. Tot straks mijn schat. Tot straks mijn jongen. Ik ben er als je wakker wordt.
Geplaatst in Mijn jongens
Sporen onderzoek
Met de stilte van de zendo in mijn hoofd betreed ik mijn huis. Ik ruik de vertrouwde geur van binnenkomst. De mat ligt scheef en de schooltassen ontbreken. Ik zet mijn tassen neer met dezelfde voorzichtigheid als Christof die na een korte buiging thee voor mij inschenkt tijdens de ceremonie. Mijn gedachten vliegen terug en even hoor ik de voetstappen van de studenten die in stilte de trappen afdalen voor de laatste meditatie.
In de woonkamer kijk ik rond. Op de grond de spetters van een omgegooide beker limonade. Bij het fornuis ruik ik de pannenkoeken die Wouter heeft gebakken en het kleine krukje naast het aanrecht vertelt dat hij hulp heeft gehad van een kleuter in een roodgestipt schortje. De boterkoek in de kast verraadt dat oma Tiny te gast is geweest en vast ook pannenkoeken heeft gegeten. Als ik op zolder mijn was wegberg ontdek ik een statief met allerlei gekleurd speelgoed eraan verbonden – ook Kaj heeft bezoek gehad van een vriend en ik weet wie.
Ik daal de trappen af en loop even langs de bedden, strijk een kussen glad. Straks zal ik ze zien. Ik verlang ernaar. Ik adem en tel één. Ik ben nu nog eventjes alleen.
Geplaatst in Zin